| Artikelen 2006 |
| (ga naar artikelen uit 2007 of 2008) |
| Door de jaren heen zijn in diverse media talloze artikelen gepubliceerd. In de meeste gevallen was de opdracht een artikel te schrijven van 3000 tekens. Het gros van de artikelen is gepubliceerd in De Puttenaer. Een selectie van die artikelen kunt u op deze site nalezen. |
|
| Titel/Omschrijving | gepubliceerd: |
| Boeijen nieuwe directeur woningstichting | december 2006 |
| Bijzondere lekkernijen uit Puttense bossen | december 2006 |
| Plezierkok schrijft kookboek | december 2006 |
| Foppe de Haan bij De Jong en Laan | november 2006 |
| Jillard Borgen schrijft oorlogstrauma van zich af | november 2006 |
| november 2006 | |
| De jeugdbrandweer, een avontuurlijke hobby | oktober 2006 |
| Boerendorpsfeest onder strakblauwe hemel | oktober 2006 |
| Fietstocht voor Richard Krajicek Foundation | september 2006 |
| 10-jarige Erwin organiseert straatvoetbaltoernooi | september 2006 |
| augustus 2006 | |
| Vereniging tot behoud van stoomwerktuigen | augustus 2006 |
| Juf Bets neemt afscheid van haar kleuters | juli 2006 |
| 'Ingenieursvariant' N303 toegelicht | juni 2006 |
| Stichting Putten Pro Polen heeft haar doel bereikt | juni 2006 |
| juni 2006 | |
| Putter Stoomgemaal na 35 jaar weer actief | juni 2006 |
| juni 2006 | |
| juni 2006 | |
| mei 2006 | |
| Kanjertraining geeft kinderen zelfvertrouwen | mei 2006 |
| mei 2006 | |
| mei 2006 | |
| Avond over weeskinderen in Kenia | april 2006 |
| De Puttenaer, 19 april 2006 Avond over weeskinderen in Kenia PUTTEN - De Stichting Weeskinderen Kenia (SWK) organiseert op vrijdag 21 april in kerkelijk centrum 't Lichtpunt aan de Hessenweg 7a een informatieavond met als gast ontwikkelingswerker Ria Fennema. Zij runt twee weeshuizen in Kenia, ondersteund door de SWK en haar eigen stichting Spirit of Faith. door Jolette van Eijden Ria Fennema praat deze avond over haar werk in de twee weeshuizen die zij onder haar hoede heeft. Aan de hand van dia's en films vertelt ze wat er de afgelopen tijd dankzij de diverse donaties is gebeurd, zoals de bouw van het tweede weeshuis in Malindi. De Stichting Weeskinderen Kenia ondersteunt onder andere deze twee weeshuizen en daarnaast hebben ze nog een aantal kleinere projecten in andere weeshuizen. SWK biedt vooral materiële en financiële hulp. Jan Visser is voorzitter van SWK en medeorganisator van deze avond: ,,Van het geld dat wij van sponsors ontvangen gaat 97 procent rechtstreeks naar de kinderen. Een maal per jaar komt de 37-jarige Friezin Ria Fennema naar Nederland om her en der in het land lezingen te verzorgen over haar werk. Als vaste thuisbasis voor haar verloven heeft ze gekozen voor een chaletje in Putten, omdat dat centraal in het land ligt en een rustige omgeving is om bij te kunnen tanken. Voor het eerst geeft ze nu een lezing `dicht bij huis', om ook de (toekomstige) donateurs uit deze regio te vertellen over haar werk. Zes jaar geleden was Ria Fennema nog lerares aan de middelbare school, het ROC Friese Poort in Leeuwarden. Maar eigenlijk wilde ze haar hele leven al naar Afrika gaan voor ontwikkelingshulp. Ze is op internet gaan zoeken naar mogelijkheden op dit gebied en stuitte op de site van SWK, waar ze las over het weeshuis in Ruiru. ,,Vooral de wijze waarop het weeshuis was opgezet sprak me erg aan: de kinderen worden opgevoed in de traditie van het land en er wordt zo veel mogelijk met locale bevolking gewerkt, vertelt Fennema. Vervolgens heeft ze er in 2000 tijdens een schoolvakantie een maand als vrijwilliger gewerkt. Het weeshuis werd toen geleid door de Californische dominee Dick West, die eigenlijk aan pensioen toe was. Ze raakte in de ban van de Keniaanse weeskinderen en een jaar later heeft Ria haar baan in Nederland opgezegd. Ze vertrok definitief naar Kenia om de leiding over het weeshuis en de bijbehorende school over te nemen. Haar partner Fester Medendorp is haar na enige tijd gevolgd. Het afscheid van haar laatste werkgever in Leeuwarden ging in zo'n bijzonder goede sfeer dat het ROC Friese Poort een van de sponsoren is geworden van de stichting Spirit of Faith. Het weeshuis in Ruiru bestaat al ruim 20 jaar en biedt momenteel onderdak aan tachtig wezen. De lagere school wordt gesponsord door SWK. Sinds 2002 volgen ook betalende leerlingen uit de omgeving het onderwijs op deze school. Het tweede weeshuis, in Malindi, is op 1 augustus vorig jaar geopend. De bouw is mogelijk gemaakt door een grote Nederlandse sponsor. Bij het weeshuis is een middelbare school, een soort VMBO, met richtingen als techniek, facilitaire dienstverlening en een agrarische afdeling. Hier heeft Fester Medendorp de leiding. Samen met hun 1-jarige dochter Mariama (`Gift van God' in het Afrikaans) wonen Ria en Fester nu in Malindi. Hun tweede kind is op komst. De behoefte aan weeshuizen is groot. ,,In Kenia heerst hongersnood en de aids-epidemie is echt enorm, licht Fennema toe. ,,Toch is de nood rond beide weeshuizen van een heel verschillend niveau. Dat komt door verschil in mentaliteit. Het huis in Ruiru ligt dicht bij Nairobi. De mensen zijn actiever, hebben meer perspectief. De kinderen in dit weeshuis hebben hun ouders verloren door verkeersongevallen, (roof)moord of zijn te vondeling gelegd. Hooguit tien procent is wees geworden door aids. Het weeshuis in Malindi ligt bij de kust, op twee uur reizen ten noorden van Mombasa. Hier is de aids-problematiek erg groot. Zo'n 90 procent van deze weeskinderen hebben hun ouders verloren door aids. De contrasten in deze regio zijn groot. Aan de ene kant is het dorp erg toeristisch. Aan de andere kant leven er veel arme mensen in sloppenwijken. Zij hebben geen opleiding en zien voor zichzelf geen toekomst. Bij hen overheerst het gevoel van uitzichtloosheid. Geschat wordt dat er in en rond Malindi zo'n 15000 kinderen zijn die hulp behoeven. Ria Fennema: ,,Er zijn hier kinderen die qua onderwijs volledig de boot hebben gemist. Die zijn al een jaar of 14 en hebben nooit leren lezen en schrijven. Ze zijn te oud voor het weeshuis, maar gemotiveerde kinderen met initiatief bieden wij gratis onderwijs om ze op weg te helpen naar zelfstandigheid. Daarom is er gelijk met het weeshuis een `outreach programma' gestart. Dit houdt in dat kinderen bij hun verzorgers blijven wonen en dat vanuit het weeshuis voeding en medicijnen worden verstrekt. De weeshuizen kunnen worden geëxploiteerd dankzij giften en donaties die voor een groot deel uit Nederland komen. Spirit of Faith en de SWK werken onder anderen met een vaste groep sponsorouders. Zij nemen een kind in financiële zin onder hun hoede en dragen de dagelijkse kosten voor onderhoud en scholing van het kind. Jan Visser: ,,Voor de kinderen op de lagere school die nog in de weeshuizen zitten, komt dat neer op 35 euro per maand. Als de kinderen van de lagere school af gaan, zoekt het weeshuis een middelbare school voor ze. Daar gaan ze intern, wat 650 euro per jaar kost. Voor al deze kinderen hebben we inmiddels sponsorouders gevonden. Maar het belangrijkste komt dan nog: de beroepsopleiding. Want als de kinderen van de middelbare school afkomen, hebben we ze wel in leven gehouden, maar nog geen concrete kans geboden op een betere toekomst. Veel kinderen vallen hier buiten de boot omdat er geen geld meer is en dat willen we niet. Sommige kinderen hebben geluk: hun sponsorouders blijven hen ook nu nog steunen zodat zij wel een beroepsopleiding kunnen volgen. Soms krijgen we een algemene gift, zodat we zelf de opleiding van een kind kunnen betalen. Dan moeten wij bepalen wie die kans krijgt en dat is moeilijk. Resultaten, karakter en motivatie van het kind geven dan de doorslag. We hebben nu helaas nog niet de middelen om alle kinderen te laten studeren. Ze blijven wel op de lijst staan en zodra er geld is, kunnen ze verder. Gemiddeld kost zo'n beroepsopleiding met kost en inwoning 1500 euro per kind per jaar. Een ander belangrijk punt zijn de financiën voor de algemene middelen. ,,Veel sponsoren willen hun geld gekoppeld zien aan een kind of een concreet deelproject, gaat Visser verder. ,,Maar we hebben ook geld nodig voor de totale exploitatie van beide weeshuizen. Negentig procent van de donaties komt gericht binnen en maar tien procent kunnen we vrij invullen. Ria Fennema heeft in Ruiru de dagelijkse leiding over het weeshuis inmiddels overgedragen aan een nieuw management. Ria Fennema: ,,Mijn uiteindelijke doel is te zorgen dat de leiding me niet meer nodig heeft. Ik blijf via e-mail en mobiele telefoon altijd op de achtergrond beschikbaar voor moeilijke problemen of beslissingen, zoals de aanname van nieuwe kinderen en het aangaan van grote verbouwingen. En ik doe de financiën. Ria Fennema heeft nog vele dromen. Zij streeft ernaar om in 2007 een derde weeshuis te starten. ,,Maar uiteindelijk hoop ik wel tien weeshuizen te kunnen bouwen om aan de behoefte te voldoen, aldus Ria Fennema Ria Fennema spreekt in kerkelijk centrum 't Lichtpunt aan de Hessenweg 7A in de buurtschap Koudhoorn. De avond begint om 19.30 uur. Meer informatie: www.weeskinderenkenia.nl en www.riafennema.nl. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 10 mei 2006 `Groeten uit Putten', cultuur door het oog van de camera Puttense schoolkinderen in contact met cultureel erfgoed PUTTEN - Het was even zoeken naar de uitzoomknop op de digitale camera. De molen moest wel helemaal in beeld komen natuurlijk. Want dat had de fotograaf uit de vorige eeuw ook gedaan. Dan nog maar een paar stappen achteruit, de bosjes in. door Jolette van Eijden Marijke, Nina, Marissa en Claudia, leerlingen van groep 8 van obs De Korenbloem, gingen eind april op pad, met in de ene hand een digitale camera en in de andere hand een ansichtkaart van Putten uit de eerste helft van de vorige eeuw. De bedoeling was om van het dorpsgezicht op de oude ansicht opnieuw een foto te maken. Om later, als de foto's zijn afgedrukt, in de klas te bespreken wat de verschillen zijn tussen beide kaarten. Per groepje kregen de kinderen vier ansichten mee om opnieuw te fotograferen. Het groepje van Claudia, Marissa, Nina en Marijke begon bij molen Het Hert aan de Halvinkhuizerweg. Via het kruispunt bij Het Puttertje, dat ze ook moesten fotograferen, gingen ze de Dorpsstraat in, waarvan ze twee verschillende ansichten bij zich hadden. De taken werden eerlijk verdeeld en Marijke zette de molen op de foto. Deze activiteit maakt deel uit van het project `Groeten uit Putten', wat op zijn beurt weer een onderdeel is van het programma culturele vorming. Dit programma hebben alle basisscholen in Putten aangeboden gekregen door Edu-Art Gelderland, een expertisecentrum voor cultuureducatie. Culturele vorming in het basisonderwijs wordt gesubsidieerd door de gemeente. De laatste jaren is er vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de provincie Gelderland binnen de cultuureducatie duidelijk meer aandacht gekomen voor cultureel erfgoed. Daarom heeft Edu-Art samen met de Werkgroep Culturele Vorming, waarin alle scholen in Putten zijn vertegenwoordigd, cultureel erfgoed als onderwerp gekozen bij de samenstelling van het programma voor het huidige schooljaar. Eén van de werkgroepleden is Marja van Barneveld, groepsleerkracht aan de Gabriëlschool en contactpersoon PR culturele vorming van de basisscholen in Putten. Zij onderstreept het belang van culturele vorming van kinderen. ,,Ik vind het belangrijk dat er behalve voor normen en waarden, rekenen en taal, ook aandacht is voor cultuur. Vaak is cultuur een ondergeschoven kindje. Sommige kinderen krijgen van huis uit wel het een en ander mee en gaan met hun ouders wel eens naar een museum. Maar er zijn veel kinderen die nooit iets aan culturele vorming doen, meent Van Barneveld. ,,Ik ben blij dat de gemeente inziet dat het belangrijk is kinderen in contact te brengen met cultuur en hierop inhaakt door subsidie te verstrekken. Daardoor kunnen we nu ook eens groot uitpakken met bijvoorbeeld échte artiesten en in een écht kasteel of theater. Dat is wel even wat anders dan wat je als juf in je eentje voor de klas kan bewerkstelligen. Vorig jaar had het onderwerp een literair karakter en dit jaar is er voor het eerst aandacht voor cultureel erfgoed. Daarom is uit het aanbod van Edu-Art gekozen voor vier projecten op dit gebied, gericht op vier leeftijdsgroepen. De scholen konden per klas kiezen voor één van de projecten. Ieder project wordt aan de hand van een leskist met diverse materialen gedurende een aantal weken behandeld in de klas en op locatie, want aan ieder project is een excursie gekoppeld. Enkele projecten zijn inmiddels afgesloten, andere zijn nog gaande. Zo is er voor groep 1 tot en met 4 het project `Ridders en Kastelen'. De kinderen leren tijdens dit project hoe de mensen vroeger in de kastelen leefden. Ze zingen liederen, luisteren naar verhalen, spelen toneel, bouwen minikastelen, maken een ridderdans en koken een middeleeuws gerecht. Hoogtepunt van het project is een bezoek aan het middeleeuwse kasteel Doorwerth. Zo wordt het leven van de ridders van vroeger voor de kinderen werkelijkheid. Voor groep 3 tot en met 6 is er het project `Boerderijen'. In de klas leren de kinderen aan de hand van oude foto's en verhalen hoe het leven en werken op de boerderij rond 1900 eruit zag. Daarna brengen zij een bezoek aan het historisch museum `De Tien Malen', waar de kinderen verschillende werktuigen zelf in handen krijgen. Ze gaan met deze voorwerpen actief aan de slag om een idee te krijgen hoe dit (boeren)werk vijftig tot honderd jaar geleden gebeurde en hoe zwaar het was. Zoals een zaaibak waarmee het zaad over de akker werd gezaaid en een karnton met stok en schijf waarmee de melk werd gekarnd. Of een schapenschaar waarmee de wol werd geknipt en een koffiemolen waarmee ze met de hand echte koffiebonen mogen malen. Een alternatief voor groep 5 en 6 is het project `Leven in een middeleeuwse stad in Gelderland'. Het is een geschiedenisproject waarbij een jongen van 11 jaar centraal staat. Deze jongen is de zoon van de meestertimmerman en wordt binnenkort leerjongen bij een metselaar. Door middel van het verhaal leren kinderen meer over het ontstaan van een stad in de middeleeuwen. Over het bouwen, verdedigen, wonen, werken, handel, misdaad, eten en drinken, rangen en standen en over het brandgevaar in de stad. Als onderdeel van het project gaan de kinderen naar het museum in Harderwijk en maken ze een rondwandeling langs de middeleeuwse overblijfselen. Voor groep 6, 7 en 8 zit het project `Groeten uit Putten' in het programma. Het is een project over ansichtkaarten, in deze tijd van sms'jes, e-mail en MSN een welhaast uitstervende manier om schriftelijk een boodschap over te brengen. Eerst behandelen de kinderen in de klas het fenomeen `ansichtkaart'. Ze maken kennis met de functie, achtergronden en geschiedenis van de prentbriefkaart als cultuurhistorisch erfgoed. De kinderen mogen wat ansichtkaarten van thuis meenemen en in de klas wordt geïnventariseerd voor wat voor gelegenheden kaarten worden verstuurd. Dan is het tijd om zelf op pad te gaan, zoals eind april de kinderen van groep 8 van De Korenbloem. Gewapend met een digitale camera en vier oude ansichten van Putten, verzameld door het Puttens Historisch Genootschap, gaan de kinderen in groepjes het dorp in. Het laatste onderdeel van `Groeten uit Putten' is het zelf ontwerpen van een ansichtkaart om vanuit het hedendaagse Putten de groeten te doen. Daarvoor krijgen ze de digitale camera een dagje mee naar huis en kunnen ze een zelf gekozen onderwerp fotograferen. De vier meiden hebben het nog voor de boeg, maar Claudia weet al wat ze op haar ansichtkaart zet: ,,Ik ga de Oude Kerk op de foto zetten, die hoort echt bij Putten. Nina en Marijke weten nog niet precies wat ze gaan fotograferen. ,,Maar ik kies wel iets in het dorp wat bij Putten past, de put of zo, zegt Nina. En Marissa weet al precies wat ze op haar ansichtkaart zet. Haar groeten worden overgebracht door het boegbeeld van de gemeente Putten: ,,Ik ga de herten fotograferen die tegenover mijn huis in een wei lopen. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 17 mei 2006 Puttense vrouwen te gast in het Europees Parlement PUTTEN - Een groep van zes vrouwen, de meesten afkomstig uit Putten, was woensdag te gast in het Europees Parlement in Brussel, op uitnodiging van D66-europarlementariër Sophie in 't Veld. Het bezoek was een initiatief van Vrouwen Politiek Putten (VPP). door Jolette van Eijden Aanleiding hiertoe was een bezoek eerder dit jaar van In 't Veld aan Putten op uitnodiging van de VVP. Op die bijeenkomst heeft zij de VVP uitgenodigd om ook eens naar Brussel te komen om te zien hoe het Europees parlement werkt en om te praten over Europese vraagstukken. VVP-voorvrouw Elly van Geest heeft deze uitnodiging met beide handen aangegrepen, de nodige contacten gelegd en afspraken gemaakt. Via krantenartikeltjes werd iedere geïnteresseerde, man of vrouw, uitgenodigd om mee te gaan. Een weliswaar kleine maar erg gemotiveerde groep vertrok vorige week richting Brussel. Daar werd de groep ontvangen door Sopie in 't Veld en een aantal van haar medewerksters. Tijdens de lunch besprak ze met een enorme gedrevenheid, enthousiasme en dossierkennis de hoofdlijnen van het Europese bestuur en een aantal heikele actuele onderwerpen, zoals de CIA-vluchten. Dit zijn vluchten die door de CIA zijn gecharterd om, naar eigen zeggen, gevangenen te vervoeren naar landen waar ze berecht kunnen worden. Maar het vermoeden bestaat dat deze gevangen er gemarteld worden. Deze vluchten hebben vaak tussenlandingen in Europa, ook in Nederland. Een speciale commissie van het Europees parlement zet zich in voor meer openheid op dit gebied en meer waakzaamheid van de eigen regeringen om niet mee te werken aan een dubieuze handhaving van mensenrechten, met name op gebied van verhoortechnieken. Omdat het lobbycircuit in de Europese politiek een heel grote rol speelt, was ook lobbyiste Fleur Koolwijk uitgenodigd om bij het gezelschap aan tafel te schuiven. Koolwijk is aangesloten bij een commercieel lobbybedrijf en zij legde uit hoe belangrijk een goede lobby is. Lobbyisten geven in opdracht van belanghebbende organisaties uitgebreide achtergrondinformatie over ingewikkelde kwesties aan de mensen die daarover besluiten moeten nemen. Na de lunch werd in een apart zaaltje met een aantal beleidsmedewerkers van andere europarlementariërs gediscussieerd over internationale onderwerpen als milieu, transport en het vluchtelingenbeleid. PvdA/GroenLinks-bestuurslid in Putten Ingeborg Hovind was erg onder de indruk van wat er die dag allemaal ter sprake is gekomen. ,,Op zo'n dag wordt nog eens duidelijk dat we Europa gewoon nodig hebben. Natuurlijk gaat er in de Europese politiek wel eens wat mis. Dat komt dan uitgebreid in het nieuws en zorgt voor een negatieve beeldvorming rond `Europa'. Er zijn zoveel dingen die wél goed gaan, maar die komen niet in de krant. En dat is jammer. Er zijn grote grensoverschrijdende problemen die we met elkaar moeten oplossen. Het bezoek werd afgesloten met wederom een uitnodiging: mocht er weer een redelijke groep geïnteresseerden samengesteld kunnen worden, dan was deze van harte welkom in Brussel. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 24 mei 2006 Kanjertraining geeft kinderen zelfvertrouwen PUTTEN - Praktijk Mijnten start in augustus met Kanjertrainingen in Putten. Kanjertrainingen zijn groepstrainingen voor kinderen die sociaal-emotionele problemen ondervinden in de omgang met leeftijdgenootjes. Dat kunnen kinderen zijn die onzeker zijn of gepest worden, maar ook kinderen die zelf pesten. door Jolette van Eijden Jacqueline Mijnten is ambulant begeleider bij het onderwijs en start deze trainingen samen met psycholoog Judith Husmann. Het zijn tien lessen van anderhalf uur waarin de kinderen leren voor zichzelf op te komen en hun gevoelens te uiten. Maar ook leren ze interesse te tonen in anderen, goed te reageren in conflictsituaties, ruzies uit te praten, complimenten te geven en te ontvangen en met kritiek om te gaan. Jacqueline Mijnten legt uit waarom deze training zo uniek is: ,,Niet alleen de kinderen doen mee aan de training, ook de ouders. Deelname van tenminste één van de ouders is dan ook verplicht. Het kind gaat een veranderingsproces in en de ouders moeten het daarin kunnen ondersteunen. Veel kinderen hebben een slecht zelfbeeld en zijn onzeker. De kinderen zitten vaak in een neerwaartse spiraal en die moet je zien te doorbreken. Daarom wordt een specifieke manier van reageren op bepaald gedrag, bijvoorbeeld pesten, aangeleerd. De Kanjertraining is er voor diverse typen kinderen, zoals (faal)angstige kinderen, kinderen die overal een grapje van maken, kinderen die gepest worden, maar ook de pesters. ,,Deze typen onderscheiden we met gekleurde petjes, vertelt Mijnten. ,,Dat maakt het concreet en herkenbaar voor de deelnemers. Al deze kinderen komen bij elkaar in de training en leren ook van elkaar. We gaan altijd uit van de mogelijkheden van ieder kind, niet van de hiaten. We leren de kinderen dat ze de moeite waard zijn en willen ze succeservaring en daarmee zelfvertrouwen geven. Waar we naar streven is dat het allemaal kanjers worden: assertief, maar wel een ander serieus nemen. De Kanjertraining bestaat nu circa tien jaar en is volgens onderzoek succesvol bij tachtig procent van de deelnemers. Mijnten heeft als enige praktijk in deze regio, die reikt tot ruim buiten de Veluwe, het recht om deze speciale Kanjertrainingen te geven. ,,De Kanjertraining past bij mijn visie op kinderenvertelt een bevlogen Jacqueline Mijnten. ,,Je ziet om je heen dat er zoveel misgaat op sociaal-emotioneel gebied. Kinderen die angstig, depressief, moedeloos zijn, niet in zichzelf geloven. Deze kinderen moeten weer grip krijgen op de eigen situatie. Ik vind het zó waardevol om daar een positieve bijdrage aan te leveren! En dan in de eerste plaats samen met ouders, maar ook met leerkrachten. Door het probleem samen op één manier aanpakken, is het effect veel groter. Op zaterdag 19 augustus start er op de Gabriëlschool een training voor kinderen van 8 tot 12 jaar. De lessen zijn om de week op zaterdagochtend tussen 10.30 en 12.00 uur. Inmiddels zijn alle scholen in de regio en alle huisartsen en andere verwijzers in Putten geïnformeerd over deze training. Voor meer informatie: www.praktijkmijnten.nl of 0341-350035. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 31 mei 2006 Leerlingen van Calvijn presenteren plannen voor Mariahoeve PUTTEN - Een recreatief park met onder andere een klompenmakerij, veel dieren, een winkeltje met ouderwets snoep zoals kaneelstokken, een bijenhouderij, oude ambachten, een goede speeltuin en bovenal kindvriendelijk. Zo ziet het gebied rondom de Mariahoeve eruit als de plannen van Gerlinde Doppenberg, Anne Gort, Daniëlle Ham, Jolanda Pouw en Laura Visser zouden worden verwezenlijkt. door Jolette van Eijden De leerlingen van 2-vmbo van Calvijn kregen op 11 mei van de gemeente de opdracht om een inrichtingsplan voor de museumboerderij de Mariahoeve te ontwerpen. Dit in het kader van het project `Jong leren voor Duurzaamheid, `k Woon hier!'. Samen met Calvijn doen negen andere Gelderse scholen mee in dit project, elk met een eigen plaatselijke opdracht. De winnaar van elke school dingt mee naar de Gelderse prijs. Na een voorselectie mochten acht groepjes via een powerpointpresentatie hun plannen voorleggen aan een jury. Deze bestond uit wethouder Nico Gerritsen, bijgestaan door Steven van Hell en Ton Dorland, beiden bestuurders van het Puttense Historisch Genootschap (PHG) dat de restauratie en exploitatie van de Mariahoeve onder zijn hoede heeft. De jury had vooraf de uitgewerkte plannen op papier gekregen, zodat zij zich vast een beeld kon vormen van de kanshebbers. De presentaties zouden de doorslag moeten geven. De jury kreeg het echter moeilijk, want de grote kanshebber, het laatste groepje van Gerlinde, Anne, Daniëlle, Jolanda en Laura, had last van technische problemen, waardoor de jury maar een deel van de presentatie heeft kunnen bijwonen. De juryleden waren echter al zó onder de indruk van de schriftelijke informatie, dat de vijf meiden toch tot winnaar werden uitgeroepen. ,,Het winnende ontwerp was compleet. Alle elementen die erin moesten worden verwerkt, waren aanwezig, aldus het oordeel van de jury. De vijf scholieren hebben duidelijk veel plezier gehad in het uitvoeren van dit project. ,,Je herkent zoveel van je opa en oma, vertelt Daniëlle. Gerlinde: ,,We hebben veel informatie aan onze ouders en grootouders gevraagd en wat plaatjes van internet gehaald. De meiden zullen zeker betrokken blijven bij de Mariahoeve. ,,Wij houden wel van dit soort dingen, besluiten Daniëlle en Jolanda. De tweede prijs was voor het duo Danny en Gunay. De jury was erg te spreken over hun presentatie, waarin zij onder andere een boomgaard, kruidentuin, uitkijktoren en een verborgen parkeerplaats rond de Mariahoeve hadden gepland. De derde prijs ging naar Yvonne, Chantal, Kimberley, Ramona, Daniëlle en Almira. Zij willen in de hooiberg bijvoorbeeld kamers maken met bedden van hooi ,,om het echte boerderijleven te ervaren. Opvallend detail is dat alle prijswinnaars, zonder dat de jury dat wist, afkomstig zijn uit één klas: 2b. In de verschillende presentaties waren veel creatieve ideeën verwerkt om de oude sfeer te doen herleven. ,,Er zaten leuke ideeën bij en we zullen bekijken in hoeverre we die kunnen inpassen in de toekomstplannen van de Mariahoeve, zei Steven van Hell. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 7 juni 2006 Dertigduizend jonge palingen uitgezet in de natuur PUTTEN - Viskwekerij AquaFarm Putten heeft gister in de wateren rond Nijkerk 30.000 stuks pootaal uitgezet. Deze actie is aan de ene kant een aardige publiciteitsstunt, maar dient aan de andere kant een hoger doel. Jaap de Vries, mede-eigenaar van de viskwekerij aan de Knapzaksteeg, legt uit waarom. door Jolette van Eijden ,,Aanleiding tot deze actie was de vraag van hengelsportvereniging Hoop op Geluk of AquaFarm aal ter beschikking wilde stellen voor uitzetting in de natuur, vertelt De Vries. ,,Zo'n vraag zet je aan het denken. Dit is natuurlijk een leuke manier om regionaal meer bekendheid te krijgen, maar het is ook goed een bijdrage te leveren aan herstel van de natuurlijke palingstand. De palingstand is in Nederland bedroevend laag. Dat komt door obstakels als dijken, stuwen, elektriciteitscentrales en gemalen, maar ook door overbevissing door de mens en vraatzuchtige aalscholvers. ,,Paling is zo'n oer-Hollands product. Als we niks doen, is de paling over 50 jaar verdwenen, aldus De Vries. Jaap de Vries heeft het bedrijf aan de Knapzaksteeg samen met zijn vrouw Diny en compagnons Hans Slikker en Melanie van Maanen ruim een jaar geleden overgenomen van de vorige eigenaars. Aquafarm kweekt paling in circa anderhalf jaar op van glasaal tot consumptierijpe paling van circa 165 gram. De glasaal wordt gekocht in Zuid-Engeland. De Vries: ,,Paling wordt geboren in de Sargossazee en trekt daarna naar de Europese kust. Daar komt hij als circa eenjarige glasaal `aan land' om in zoet water volwassen te worden. In de landen op het Europese vasteland loopt de glasaalstand terug, maar in Engeland is deze nog gewoon goed. Daarom kopen wij ze daar. De uitgezette paling kwam ruim een jaar geleden als glasaaltje van 25 milligram aan bij Aquafarm. Als pootaal van 25 gram werden ze gister in het vrije water losgelaten. ,,We hebben bewust gekozen voor wateren die uitkomen op de randmeren en het Eemmeer. Dit geeft ze een eerlijke kans om ooit, als ze `schier' (geslachtsrijp) zijn, weg te trekken naar de Sargossazee om zich voort te kunnen planten, zegt De Vries. Als het aan Aquafarm ligt, was dit geen eenmalige actie. ,,Wat ons betreft doen we dit gewoon jaarlijks. Maar dan wel met meer kwekers en met financiële steun van de overheid. Dit kan niet meer alleen voor eigen rekening, besluit De Vries. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 7 juni 2006 Waterputten en microkrediet voor Ethiopische boeren PUTTEN - Jaap Meter en Gert van den Ham, beiden bestuurders van de Puttense stichting The Well, zijn vorige maand naar Ethiopië gereisd om enkele projecten van de stichting te bezoeken. Tevens werden twee nieuwe waterpompen in gebruikgenomen. Een gesprek met Jaap Meter maakt duidelijk welk belangrijke werk de stichting doet. door Jolette van Eijden De stichting The Well is opgericht in 2003 door Henk en Henny Jansen. Nadat ze in de jaren negentig hun pluimveeslachterij in Putten hadden verkocht, zetten ze zich in voor de minderbedeelde medemens in Ethiopië. In de provincie Shire in het dorre en droge noorden van het land, het armste deel van Ethiopië waar hongersnood heerste, begeleiden ze coöperaties die de boeren in de regio ondersteunen. ,,Doel is om de bevolking in dit gebied te helpen zelf voor hun voedsel te zorgen, legt Meter uit. ,,Eerste vereiste daarvoor is water, de bron van al het leven. Vandaar ook de naam van de stichting: `The Well'. De stichting begeleidt nu twee coöperaties, waarbij bankdirecteur Meter en veehouder Van den Ham elk op hun eigen terrein vakkennis kunnen inbrengen. Meter: ,,Het opzetten van een coöperatie betekent bij nul beginnen. Eerst moet er water zijn, dus worden er putten gegraven. Dat hebben Henk en Henny Jansen samen met de plaatselijke bevolking gedaan onder het mom `voedsel voor werk'. Ieder die hielp kreeg in ruil daarvoor eten voor het hele gezin. Anderhalf jaar later heb ik zelf kunnen zien wat ze inmiddels hadden bereikt: een dorre vlakte was getransformeerd in groene veldjes met akkers en moestuintjes. Inmiddels zijn er 150 waterputten gegraven. En nu, tijdens ons laatste bezoek, hebben we twee waterputten, inclusief handpomp over kunnen dragen aan de bevolking in het buitengebied. Dit is vooral voor vrouwen een uitkomst, omdat die altijd van kilometers ver het water moeten halen. De volgende stap is om efficiënter landbouw te bedrijven, een grotere oogst te krijgen, zodat de boeren ook wat voedsel overhouden om te verkopen. Daarvoor is kennis nodig en daarom worden bij de coöperaties kleine trainingscentra gebouwd met stallen en proefveldjes. De leerkrachten hiervoor worden beschikbaar gesteld door de overheid. ,,En omdat ook hier de kosten voor de baten uit gaan, vervult de coöperatie tevens de rol van kredietverstrekker, vertelt Meter. ,,De mensen lenen geld om zaad te kopen en nadat ze geoogst hebben, betalen ze hun schulden af. In dat kader mocht Jaap Meter namens de Rabobank Foundation aan de beide coöperaties geld ter beschikking stellen voor microfinanciering. ,,Ons uiteindelijke doel is om in alle twaalf regio's van de provincie Shire een coöperatie met voorlichtingscentrum te hebben. In elke regio zitten duizend boeren die van de coöperatie lid kunnen worden en ervan kunnen profiteren. Dit zijn boeren die absoluut welwillend zijn om hun situatie te verbeteren. De stichting is afhankelijk van particuliere giften en bedrijven die het werk financieel of met kennis willen ondersteunen. Meer informatie: www.thewellethiopia.org. Bijschrift bij foto: Henny neemt samen met een plaatselijke vrouw de waterpomp in gebruik. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 21 juni 2006 Putter Stoomgemaal na 35 jaar weer actief PUTTEN - In zijn blauwe effen kiel draaide hij aan `t kleine wiel. Met deze handeling heeft loco-burgemeester Frits Fabriek afgelopen vrijdag de schone slaapster, het Putter Stoomgemaal, wakker gekust en opnieuw in werking gesteld. door Jolette van Eijden In zijn toespraak vergeleek Fabriek het Putter Stoomgemaal met Doornroosje, in diepe slaap verzonken, om ooit door een knappe prins op het witte paard wakker gekust te worden. En hij mocht die prins zijn. Het gemaal, gebouwd eind 1885 op de fundamenten van de oude Putter Molen, heeft 85 jaar dienstgedaan om samen met zijn grote broer Hertog Reijnhout de 650 jaar oude zeepolder Arkemheen droog te houden. Sinds 1971, toen het elektrisch gemaal zijn taak overnam, is het stoomgemaal in ruste. Het werd een rijksmonument in 1976 en wordt nu gezien als industrieel erfgoed. Het Putter Stoomgemaal werd in 1980 gekocht door Willem en Marja van de Klok. In eerste instantie omdat het zo'n geweldig uniek plekje was, maar ook met een achterliggende gedachte. ,,Willem had toen wel het plan om, zodra hij wat meer tijd zou hebben, het stoomgemaal op te knappen, vertelt Marja. Maar dat heeft lang geduurd. Er zijn in de tussentijd wel enkele kleine restauratieprojecten geweest om het gemaal voor verval te behoeden maar sinds 2000 zijn Marja en Willem met behulp van vele vrijwilligers bezig om het gemaal weer operationeel te maken. De vrijwilligers, voor een groot deel ook betrokken geweest bij de restauratie van het Nijkerker stoomgemaal Hertog Reijnhout, hebben zich vooral beziggehouden met het machinale gedeelte. Willem: ,,Zonder de vrijwilligers was dit absoluut niet te doen geweest. Ik schat dat er zeker 8000 uur aan gewerkt is. Twee vrijwilligers van het eerste uur, Arie Nachtegaal en Rob Bosman, hebben de restauratie inganggezet. Arie heeft de voltooiing helaas niet mee mogen maken. Hij overleed in 2004. De restauratie was een grote klus maar Marja heeft nooit de moed laten zakken, zelfs niet toen de oude ketel werd afgekeurd. ,,Ik heb nooit gedacht `waar ben ik aan begonnen'. Ik heb er altijd vertrouwen in gehad dat het goed zou komen. Je moet gewoon lange adem hebben. Willem: ,,Het is ons kind geworden, daar mag je van genieten, je mag er trots op zijn en ervoor zorgen. Plannen voor de toekomst zijn er volop. Binnenkort wordt gestart met de bouw van een schuur waarin de oude ketel wordt ondergebracht en een kleine werkplaats wordt ingericht. Er komen informatieborden voor de bezoekers en er worden draaidagen gehouden. De eerste was al gelijk afgelopen zaterdag, zodat ook het grote publiek het resultaat van de restauratie kon bezichtigen. De volgende draaidagen staan gepland op 5 augustus, 9 september en 14 oktober. De laatste machinist uit 1971, Anton van de Burcht, zal terugkeren naar zijn oude stek om na 35 jaar opnieuw de taak van machinist van het Putter Stoomgemaal op zich te nemen. De schoorsteen rookt weer en de machine is weer aan het werk. Op 16 juni 2006, 120 jaar na zijn geboorte, is het geheel gerestaureerde Putter Stoomgemaal aan een tweede jeugd begonnen. Een mijlpaal is bereikt. Meer informatie: www.putterstoomgemaal.nl. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 21 juni 2006 N303 weer een stap dichterbij Ook scholen in het buitengebied slaan handen ineen voor veilige oplossing PUTTEN - De N303 zal er komen en de gedupeerde burgers zullen allemaal nog een keer de kans krijgen mee te denken om hun leed zoveel mogelijk te verzachten. Dat was de teneur tijdens de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van vorige week dinsdag. De commissie adviseert aan de Raad om op 6 juli in te stemmen met het voorkeurstraject. door Jolette van Eijden Christenunie en PvdA/GL steunen het voorstel niet. Roelof Koekkoek (PvdA/GL) blijft tegen de omleiding van de N303 en ziet de middelen die gereserveerd zijn voor de rondweg liever besteed aan voorzieningen die de problemen oplossen. Ard Kleijer (CU) blijft de garantie eisen dat de weg wordt doorgetrokken naar de A28. Het ontwerp van de tracékeuze die in januari door de Gedeputeerde Staten is vastgesteld, is wel op een aantal punten verbeterd. Volgens de laatste plannen komt er een rotonde bij de Veenhuizerveldweg en een plateau bij de Beulekampersteeg. Er komt aan de westzijde van de Voorthuizerstraat vanaf het Melkmeisje tot aan de Klunenweg een geheel nieuwe weg en de bestaande weg wordt de parallelweg. Ten zuiden daarvan komt er een fietspad langs de weg. De benzinepomp wordt verplaatst en heel Huinen wordt 50-km-zone. De nieuwe N303 zal geen vierbaansweg worden. Of er ook landbouwvoertuigen worden toegestaan op de nieuw aan te leggen N303 is nog punt van discussie, evenals de aanleg van een fiets-/voettunnel bij de Klunenweg. Twee burgers maakten gebruik van de gelegenheid om aan het begin van de vergadering over dit onderwerp in te spreken. De heer Den Herder van de Harderwijkerstraat hield een vurig pleidooi om de weg zo snel mogelijk aan te leggen. Michel de Visser sprak namens de scholen Diermen, Hoef en Steenenkamer zijn ongerustheid uit over de onveilige verkeerssituatie die gaat ontstaan voor de fietsende schoolkinderen als al het verkeer vanaf de plotseling stoppende N303 zich een weg moet banen naar de A28. Hij schetste de te verwachten (sluip)verkeersdrukte over de Arkemheenseweg, Stationsstraat en Waterweg naar Nulde en de extra verkeersdrukte op de Nijkerkerweg. Hij riep op de aanpassing van de N303 te heroverwegen. ,,Niet alleen de kern moet veilig zijn, ook de kinderen in het buitengebied moeten veilig naar school kunnen. Jan van den Brink (SGP) zette het iets gewijzigde standpunt van zijn partij in deze zaak uiteen, wat hem de schampere complimenten van Ard Kleijer (CU) opleverde voor de snelle aanpassing van de SGP als coalitiepartner. Van den Brink acht de kans groot dat de aansluiting met de A28 er komt, maar er moet wel maatwerk komen in de oplossingen voor de bewoners van Huinen. ,,Het belang van een kleine groep mag je niet laten domineren, maar je moet wel aan ze denken, aldus Van den Brink. Robin Hoogendijk (VVD) staat achter het voorstel, maar wil dat de gevolgen voor de buurtschappen zo klein mogelijk blijven. Klaas van der Werf (GB) mist het maatwerk in het besproken voorstel en wil samen met de ernstig gedupeerden en de provincie zoeken naar goede oplossingen. Wethouder Wien van den Brink nodigde de Raad uit om tijdens een excursie op 21 juni om 16.00 uur met een vertegenwoordiger van de Provincie langs het hele tracé te rijden en met eigen ogen te zien en in te schatten wat de gevolgen zijn, alvorens op 6 juli een besluit te nemen. Bovendien wil de wethouder vóór 6 juli alle gedupeerden de gelegenheid geven nog een keer hun zegje te doen en actief mee te denken en naar oplossingen te zoeken in het bijzijn van mensen van de Provincie. Vooralsnog zijn deze hoorzittingen gepland op vrijdag 30 juni. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 21 juni 2006 Stichting Putten Pro Polen heeft haar doel bereikt PUTTEN - Stichting Putten Pro Polen gaat zichzelf opheffen. Na 17 jaar stoppen oprichters Gertie en Gerke van Dijk met het inzamelen van kleding, schoenen en andere nuttige goederen voor diverse tehuizen in Polen. door Jolette van Eijden Gerke van Dijk: ,,We hebben ons doel bereikt. Naar ons idee gaat het stukken beter in Polen, zodat we na zoveel jaar met een gerust hart kunnen zeggen `we stoppen ermee'. Alle tehuizen waar we actief zijn geweest, zijn inmiddels gemoderniseerd. De laatste tijd waren we nog betrokken bij een tehuis voor geestelijk gehandicapte mannen en twee tehuizen waar heel jonge moeders van 12, 13 jaar met hun baby's worden opgevangen door nonnen. We hebben er in de loop der jaren gigantisch veel kleren gebracht. Kleding was voor hen het allerbelangrijkste, omdat dat in Polen heel duur was. Maar je ziet dat het allemaal zo enorm veel beter is geworden. Doordat men in het tehuis voor gehandicapten nooit meer kleding hoefde te kopen, bleef er geld over om het gebouw te renoveren. Alles is opgeknapt en ziet er mooi uit. Ook de bewoners zien er goed en verzorgd uit. En het tehuis voor jonge moeders heeft een kinderdagverblijf kunnen starten, waar zowel de eigen kinderen als kinderen van buitenaf kunnen worden opgevangen. Daarmee hebben ze een bron van inkomsten gecreëerd. Zo langzamerhand hebben we het idee gekregen dat ze ons nu niet meer nodig hebben. De mensen in Putten steunden Gertie en Gerke vooral door overtollige kleren te brengen. Gertie en Gerke zochten ze uit en verpakten ze netjes in dozen zodat ze naar Polen konden. Maar dat is dus niet meer nodig. Het hok naast hun huis op het park De Zilverspar, waarin de de kleding kon worden neergezet, is voor de laatste keer vol. Deze spullen worden binnenkort naar Polen gebracht. Van Dijk: ,,En dan is het klaar. Het is mooi geweest. We kunnen nu in Nederland wat gaan doen. Ook hier zijn tehuizen voor daklozen en ook hier zijn mensen afhankelijk van een voedselbank. Dichter bij huis kun je ook goed werk doen. Maar het contact met Polen blijft, want er zijn hechte vriendschappen opgebouwd. Vooral met Pjotr, de directeur van het tehuis voor verstandelijk gehandicapte mannen, heeft Gerke een goed contact. ,,Ik heb hem gestimuleerd om zelf op zoek te gaan naar sponsors en dat gaat goed. Hij heeft 200 brieven naar het bedrijfsleven gestuurd met het verzoek goederen te doneren en 15 procent van de aangeschreven bedrijven reageerde positief, vertelt Van Dijk. De vriendschappen zorgen voor warme herinneringen. ,,De mensen in Polen zijn zo gastvrij, je wordt er altijd zo hartelijk ontvangen. Maar het mooiste is de steun die we al die jaren hebben ontvangen van de mensen om ons heen. Langs deze weg willen wij al die mensen bedanken. Zonder hun hulp was het niet mogelijk geweest. Wijzelf waren alleen maar een doorgeefluik. Er is heel veel vooruitgang geboekt en we kunnen nu met een gerust hart stoppen. Er heerst een tevreden gevoel over wat we hebben bereikt. Als we ook maar even het idee hadden gehad dat het nog niet goed was, dan waren we niet gestopt, besluit Gerke van Dijk. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 28 juni 2006 `Ingenieursvariant' N303 toegelicht PUTTEN - Vijf Puttense ingenieurs kwamen in actie toen in januari 2002 het voorontwerp structuurplan van de gemeente Putten werd gepresenteerd, met daarin de nieuwe plannen omtrent de N303. Zij zagen, ieder vanuit zijn eigen professionele achtergrond en ervaring, haken en ogen aan het plan. door Jolette van Eijden De vijf zijn allen werkzaam op het gebied van verkeerskunde, ruimtelijke ordening/planologie of vastgoed. Ze hebben gezamenlijk een alternatief plan opgesteld, onafhankelijk van politiek en belangengroeperingen. Hun eerste visie werd in de volksmond `de ingenieursvariant' en in de plannen van de Provincie de C-variant genoemd. Inmiddels is deze visie verder uitgewerkt, maar de politiek lijkt (nog) niet warm te draaien voor hun ideeën. Eén van de vijf, Bertus Cornelissen, geeft een toelichting op hun visie. ,,Wij willen niet alleen kritiek hebben, maar ook een oplossing bieden. En dan vooral voor Putten en niet in de eerste plaats voor Gelderland, zegt Cornelissen. ,,Onze plannen kennen een geheel eigen lokale insteek en zijn te verdelen in drie stappen, die zowel voor de Harderwijkerstraat als voor de buurtschappen Huinen en Steenenkamer verlichting bieden. In de eerste plaats moet doorgaand verkeer op de Harderwijkerstraat worden geweerd door die straat te voorzien van snelheidsremmers, eventueel gecombineerd met het weren van vrachtwagens. Daarnaast moet in Huinen lokaal maatwerk, zoals rotondes, de verkeersveiligheid verbeteren. En het verplaatsen van verkeersintensieve bedrijven moet gestimuleerd worden. Alleen al deze eerste stap, de 0+-variant, biedt volgens de rapporten voldoende om de problemen in het dorp op te lossen. De tweede stap is de geplande ontsluitingsweg bij Bijsteren doortrekken naar het station, vanaf het station de bestaande infrastructuur richting A28 veiliger maken en de weg bij meelhandel Evers doortrekken over de Knardersteeg naar de A28. Zodoende verbeter je de bestaande ontsluiting van Putten naar de A28. Daarmee ontlast je bovendien Steenenkamer en zijn tegelijkertijd maatregelen mogelijk om sluipverkeer van en naar Ermelo te weren. Pas bij de derde stap denken we aan een nieuwe rondweg, parallel aan de Van Geenstraat, achter bedrijventerrein Hoge Eng en de sportvelden langs. Onze visie is om die dicht bij het dorp te leggen, om zo het dorp te ontsluiten. Wij delen niet de mening dat je met deze weg het dorp `opsluit'. Kijk maar naar Drielanden of Nijkerk. Ook daar heb je een rondweg die goed functioneert. Cornelissen vertelt dat de C-variant volgens de Provincie veel duurder zou zijn dan de A-variant. ,,Onbegrijpelijk, want dat zou betekenen dat het opknappen van de bestaande weg duurder zou zijn dan de aanleg van een nieuwe. Wij zouden graag onze eigen berekening willen maken, maar krijgen geen inzage in de cijfers die de Provincie heeft gebruikt. Dat is jammer. We willen met onze visie een signaal afgeven. Er zijn inmiddels veel nieuwe gegevens boven tafel gekomen die aangeven waarom de weg niet nodig is. Heel dubieus is bijvoorbeeld dat de volledige MER-rapportage onder tafel wordt gehouden. Alleen een heel beperkte samenvatting staat de plaatselijke politici ter beschikking. In het rapport staan veel argumenten om ook de A1-variant af te wijzen. Deze A1-variant lost alleen wat op voor de bewoners van de Harderwijkerstraat, maar levert voor de overige Puttenaren veel nadelen op. En als die weg wordt doorgetrokken naar de A28, zijn de verkeersproblemen in 2020 door sluipverkeer zelfs groter dan wanneer nu niets wordt gedaan! Onderzoek wijst uit dat bij doortrekking naar Nulde door de aanzuigende werking dan naar verwachting meer dan 20.000 voertuigen per etmaal door Huinen en over de Nijkerkerstraat komen, waardoor het verkeer vast gaat lopen. Het wordt weliswaar iets rustiger op de Harderwijkerstraat, maar de mensen uit het dorp hebben niets aan deze weg. Daarvoor ligt hij te ver buiten de kern. Circa 85 procent van het verkeer op de Voorthuizerstraat is namelijk bestemmingsverkeer. Die weg zal vanaf de buiging in Huinen tot de kern dus zeer druk en onveilig blijven, omdat daaraan bij variant A1 niets wordt gedaan. En dan dreigt er volgens de ingenieurs nog een ander kwaad. ,,Als Putten kiest voor de A1-variant, wordt er een weg aangelegd die op termijn heel gemakkelijk opgewaardeerd kan worden tot snelweg. Het leken eerst angstpraatjes, maar zelfs de projectleider van de N303 van de Provincie heeft ons gezegd dat hij er rekening mee houdt dat het op termijn een snelweg wordt. Zo'n snelweg zal Putten pas echt opsluiten. En dat terwijl, vindt Cornelissen, ,,de rondweg een oplossing moet zijn voor Putten en niet voor de regio. De ingenieurs vinden dat met de aanleg van deze weg wordt gekozen voor een oplossing uit het verleden, terwijl de problemen inmiddels veranderd zijn en een andere aanpak eisen. ,,Maar de politici blijven als een fossiel vasthouden aan de oude oplossing. Deze `oplossing' is een medicijn met een beperkt effect en heel veel bijwerkingen en wekt een illusie die er niet is. We hopen dat de politiek het lef heeft om deze rijdende trein op een ander spoor te zetten, besluit Bertus Cornelissen. Meer informatie: www.n303info.nl (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 5 juli 2006 Na 20 jaar op De Schovenhorst neemt Juf Bets afscheid van haar kleuters PUTTEN - Bets Bonhof, kleuterjuf in hart en nieren, neemt na ruim 20 jaar afscheid van De Schovenhorst. Toch zal het afscheid geleidelijk gaan, want na de vakantie blijft ze nog voor enige dagdelen per jaar aan de school verbonden als coach voor de kleutergroepen. door Jolette van Eijden Wie haar met `haar' kinderen in de klas bezig ziet, ervaart haar enthousiasme. ,,Ik vind het prachtig werk. Als je werkt met jonge kinderen, blijf je zelf ook jong. Je moet je constant verplaatsen in het kind en dat houdt je fris, zegt de 61-jarige Juf Bets. Al op haar 18de werkte Bets als kleuterjuf, eerst elders, maar sinds 1984 als invaljuf op onder andere De Schovenhorst, waar ze een jaar later in vaste dienst kwam. Haar roeping ligt bij de kleuters. ,,Ik ben een echt onderbouwmens! Jonge kinderen zijn zo puur. De ontvankelijkheid, de openheid, dat doet je goed. Hun humor en logica, waar wij als volwassenen niet opkomen, daar sta je versteld van. En ik geniet van de ijver van de kleuters; het is net een bijenvolkje. Bets is sindsdien altijd op De Schovenhorst gebleven. ,,Het is een heel speciale school. Er is veel saamhorigheid en de sfeer is goed. Dat vind ik ongelooflijk belangrijk. Als de kinderen zich veilig voelen en de warmte voelen, gaat het leren goed en functioneren ze ook goed. Aan de achterliggende ruim 20 jaar heeft Bets goede herinneringen. ,,Dat zijn niet altijd leuke dingen, want je maakt als leerkracht ook verdrietige dingen mee, zoals een ouder die overlijdt. Dan krijg je ineens een verantwoordelijkheid op je schouders die verder gaat dan het `juf zijn'. Daar ga je in de klas het speciaal mee om en je geeft steun aan de mensen die het treffen. Die steun reikt in zulke gevallen verder dan de schoolmuren. Maar er zijn ook veel leuke momenten geweest. ,,Toen ik 50 werd, werd ik gewekt met muziek. Stond het hele team buiten aan m'n raam te zingen! Er stond een lange ontbijttafel op het erf met warme broodjes en champagne en we hebben er met z'n allen ontbeten. En toen ik 60 werd hebben we het op school met alle kinderen nog eens overgedaan: op grote picknickkleden op het plein met broodjes en lekker drinken. Die warmte en verbondenheid op school, de moeite die ouders, collega's en kinderen nemen om je een plezier te doen is geweldig! Het is echt een bijzondere school, míjn school!, besluit Bets. Tot slot wil Bets Bonhof ook nog een lans breken voor het openbaar onderwijs. ,,Het openbaar onderwijs, waar ook De Schovenhorst onder valt, is het meest christelijke onderwijs dat er bestaat, vindt Bets. ,,Wij leren onze kinderen respect te hebben voor elkaar, ook al heb je een andere geloofsovertuiging dan je buurman. Kinderen van alle gezindten zitten bij ons onder één dak; het is een afspiegeling van de maatschappij. Stilzitten zal Bets voorlopig nog niet doen. Bets en haar man Wim reizen graag. ,,Dat kan nu buiten de schoolvakanties. Verder golfen we graag en wil ik meer gaan lezen en pianospelen. De tijd vult zich vanzelf wel. Want we hebben natuurlijk ook nog onze vijf kleinkinderen. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 2 augustus 2006 In de schijnwerper: de Vereniging tot Behoud van Stoomwerktuigen Samen werken met één doel PUTTEN - In een grote schuur aan de Vleessteeg in Putten zijn elke woensdagavond de leden van de Vereniging tot Behoud van Stoomwerktuigen (VBS) bezig met het restaureren van oude stoommachines. De vereniging, opgericht in oktober 1995, kent twaalf enthousiaste leden, afkomstig uit onder andere Putten, Eemnes, Bunschoten en Nijkerk. door Jolette van Eijden Bakermat van de VBS is het stoomgemaal Hertog Reijnout in Nijkerk. Een aantal vrijwilligers van dit stoomgemaal, onder wie de huidige voorzitter Jan van de Veen, heeft de vereniging in 1995 opgericht toen ze een oude stoomlocomobiel uit 1948 konden overnemen van het Wegenbouw Museum te Ede. Dat had er twee in bezit en wilde eentje afstoten. ,,Het is onze huidige trots. Eén van de laatst gebouwde exemplaren, die nog heeft gefunctioneerd bij de aanleg van het klaverblad Oudenrijn, vertelt Van de Veen. ,,Onze vereniging is voor zover ik weet uniek. Er zijn wel particulieren of bedrijven met een stoommachine. Maar een vereniging met enthousiaste leden die gezamenlijk aan de restauratie van een machine werken, daar is er maar één van. Dat is ook het leuke van deze club. Dat je met een groep mensen, allemaal liefhebbers van stoommachines, in een uiterst plezierige sfeer werkt aan één doel. En als je dat bereikt, is het fantastisch! De stoomlocomobiel is inmiddels gerestaureerd en figureert op tal van folkloristische evenementen, zoals de Ossenmarkt in Putten. Maar ook zijn afgelopen herfst in opdracht van Discovery Channel opnamen gemaakt voor de serie Industrial Revelations, waarin de stoomlocomobiel in actie te zien is met een Krupp stenenbreker uit 1938. De leden zijn nu bezig met de restauratie van een Duitse stoomtractor uit 1916, die ze in Letland op het spoor zijn gekomen. ,,Er zijn er wereldwijd nog maar drie van. Vier jaar geleden zijn we begonnen met de restauratie en er zijn naar schatting nog drie jaar nodig. Als hij klaar is, gaan we er eerst van genieten. En dan gaan we ermee door Europa reizen voor demonstraties, vertelt Van de Veen, die tegen die tijd net met pensioen gaat. Eén ding wil Van de Veen nog wel kwijt: ,,Ik had gehoopt dat er wat meer bedrijven belangstelling toonden om dit project te steunen en hun naam aan de restauratie te verbinden. Dat is tot nu toe wat tegengevallen. Op zaterdag 5 augustus is de VBS present op de ministoomdag bij de stoomgemalen van Nijkerk en Putten. De stoomlocomobiel staat dan op de Hertog Reijnout en er is een pendeldienst met een oldtimerbus tussen beide stoomgemalen. Wie het restauratiewerk van de VBS wil steunen en meer informatie wenst, kan kijken op www.stoomwerktuigen.nl of bellen met Jan van de Veen, telefoon 033-2458153. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 9 augustus 2006 Zonovergoten roggeveld decor van een geslaagd oogstfeest PUTTEN - Met een ferme haal maait Nico met de zicht van zijn opa de rogge af, terwijl hij met de prik in de andere hand de stengels in een bosje houdt. Mooie witte klompen beschermen zijn voeten tegen een ongeplande, rigoureuze knipbeurt van de teennagels. Of erger. door Jolette van Eijden ,,Ja, lekker uuthaolen!, spoort leermeester Jan van Beek van het Puttens Historisch Genootschap (PHG) zijn leerling aan. De 15-jarige Nico van den Berg is een van de weinigen die zaterdagochtend al aan het zichten is. Het echte oogstfeest begint dan ook pas 's middags, maar in de ochtend is er een workshop om deze ouderwetse manier van oogsten aan de jongere generatie over te dragen. Het is het tweede jaar dat Nico aan de workshop meedoet. Twee jaar geleden was hij voor het eerst op het oogstfeest. ,,Toe heurden ik dajje ut 's maarges kon leren. Toe he'k ut veurig jaor veur 't eerst 'edaon en noen weer, vertelt hij trots. Hij wil het allemaal leren; het zichten, het binden, het `haoren' - dat is het scherpen van de zicht met behulp van een `haorspit' en `haorhamer' -, alle vaardigheden die bij het oude boerenwerk horen wil hij onder de knie krijgen. En hij heeft er zichtbaar plezier in. Een stukje nostalgie speelt wel mee, maar hij vindt het ook echt leuk. ,,Vooral as 't een beetje lukt. Je moen `t gewoon leren door ut heel vaok te doen. Mien opa kon ok zo goed haoren. Maar Nico heeft alweer te lang gepraat en wordt door zijn leermeester aan het werk gezet om de rogge te binden. Jan van Beek, medeorganisator van het oogstfeest, is zichtbaar tevreden over zijn leerling en is blij met het enthousiasme van de jeugd. Toch zou hij graag aan wat meer jonge boeren en boerinnen of andere enthousiaste mensen het vak willen overdragen. ,,Het is belangrijk dat de jeugd dit leert, anders gaat het verloren. Over tien jaar zijn wij, de oude garde, er misschien niet meer of lopen we achter een rollator. En dan kunnen we niet meer voordoen hoe onze voorouders het ons hebben geleerd. 's Middags is het een drukte van belang op het roggeveld. Het was spannend, de afgelopen week. Kon het oogstfeest doorgaan of moest de organisatie besluiten om vanwege de regen uit te wijken naar de maandag? De rogge, al weken rijp voor de oogst, maar wachtend op de geplande dag voor het oogstfeest, heeft de donderbuien en slagregens van de afgelopen week, ja zelfs de voorafgaande nacht doorstaan en staat nog fier overeind. De regen is net op tijd weggetrokken en zaterdag straalt de zon. Kinderen spelen verstoppertje in de `gasten' of draaien aan het wiel van de wanmolen. Het prachtige weer trekt veel toeristen naar de 't Oeverstraat. Een vrouw uit het oosten des lands, die met haar twee zoontjes naar het oogstfeest is gekomen, heeft ook bij haar thuis wel eens oogstfeesten meegemaakt, maar verbaast zich hier over al die oude tractoren en machines. ,,Dat zie je bij ons niet zo. De bezoekers krijgen diverse demonstraties voorgeschoteld. Er worden veel oude ambachten gedemonstreerd, zoals het spinnen, manden vlechten en houtsnijden, maar het boerenleven in vogelvlucht trekt toch wel de meeste aandacht. Nadat de rogge is gemaaid, in bossen gebonden en `an gasten gezet', komt de boerenwagen om de rogge op te halen en naar de dorsmachine te brengen. Daarna wordt de akker geploegd met een trekker, waarna Jannetje Ruiter met behulp van twee belzen de grond komt eggen. En direct daarna komt Gert Ruiter met het zaaivat om met de hand breedwerpig te zaaien. Later nemen Jannetje en de belzen het zaaien van hem over met de zaaimachine. Het leven op het land in een notendop. ,,Maar het zijn zeker niet alleen toeristen die hier komen, vertelt Steven van Hell, op wiens land het oogstfeest plaatsvindt. ,,Veel oudere mensen, vooral uit de agrarische wereld, komen hierheen om hun kornuiten te treffen. Het is de gemoedelijke sfeer, de gezelligheid die ze opzoeken. Ook komt elk jaar een groep mensen van De Avondrust, een bejaardenhuis in Voorthuizen. Die mensen genieten hier met volle teugen. De dames achter de kramen die melkmoes, boerenjongens, boerenmeisjes, framboosjes op brandenwijn, zelfgemaakte jam en diverse soorten zelfgebakken keek verkopen, doen goede zaken. ,,Vooral de melkmoes ging hard, vertelt gastvrouw Albertje van Hell. ,,We hebben eens zoveel gemaakt als vorig jaar en halverwege de middag was alles al uitverkocht. Het PHG heeft het oogstfeest naar verwachting voor de laatste keer aan de 't Oeverstraat gehouden. In het najaar wordt de rogge ingezaaid bij de museumboerderij Mariahoeve aan de Kiefveldersteeg en volgend jaar, als de restauratie van de boerderij is afgerond, wordt daar het oogstfeest gevierd. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 6 september 2006 10-Jarige Erwin organiseert straatvoetbaltoernooi PUTTEN - 't Is dat er goed straatwerk is afgeleverd bij de bouw van de wijk Husselerveld, maar anders waren de straatstenen in de Spechtstraat eruit geschopt. Zó fanatiek werd er zaterdagmiddag en -avond tijdens het straatvoetbaltoernooi gevoetbald. door Jolette van Eijden Ruim dertig enorm gedreven voetballertjes, onder wie twee meisjes, hebben gehoor gegeven aan de oproep om mee te doen aan het toernooi. Zes teams hebben zich ingeschreven onder de klinkende namen Real Madrid, Street Kickers, Ajax, Liverpool, Barcelona en AZ. Bijzonder aan dit toernooi is, dat het compleet is georganiseerd door de 10-jarige Erwin van de Kraats. Het ziet er professioneel uit: de Spechtstraat is aan het begin afgezet met een gemeentelijk bord `doorgaand verkeer gestremd' en met dranghekken is er op de rijbaan en de aangrenzende parkeerplaatsen een speelveld uitgezet. Er is een officiële scheidsrechter ingehuurd, Dennis Meyer van Rood-Wit. Erwin heeft het allemaal geregeld: van de uitnodigingen aan vriendjes om teams samen te stellen tot het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Hoe is Erwin ertoe gekomen dit te organiseren? ,,Ik zat in de vakantie te denken dat het wel erg leuk zou zijn als er een straatvoetbal georganiseerd zou worden. Toen dacht ik: dat kan ik ook zelf doen! Dus heb ik pen en papier gepakt en opgeschreven wat ik allemaal nodig had. Erwin kwam zelf op het idee dat ook de gemeente toestemming moest geven. ,,Ik heb een brief geschreven, maar ik dacht: dat lukt nooit! En toen kwam er antwoord terug. Het mocht. Ik kreeg hekken en afzetlint van de gemeente, maar goaltjes moest ik zelf regelen. Die heb ik via De Meeuwen kunnen lenen. Voordat de gemeente de vergunning afgaf, is even bij de ouders van Erwin geïnformeerd of zij achter de aanvraag stonden. Maar dat bleek in orde. Vader Gert is zichtbaar trots op z'n zoon: ,,Ik dacht eerst: dat wordt niks. Maar iedereen werkte mee. Via briefjes heeft Erwin de omwonenden ingelicht - dat was een eis van de gemeente -, en gevraagd of zij voor het betreffende tijdstip hun auto's wilden wegzetten. ,,Mijn vader heeft toen een wedstrijdschema gemaakt en wat prijzen geregeld. Ik mocht de bekers zelf uitzoeken. 't Is heel erg leuk om te doen. Als het dit jaar goed gaat, doe ik het volgend jaar weer! Na uitleg van de spelregels kan het toernooi beginnen. Het gaat er erg fanatiek aan toe, en dat het langzaam begint te regenen, deert de spelertjes niet. De reacties van de mensen langs de lijn zijn heel enthousiast. Gerard van de Kamp, supporter van Liverpool'er Rowan: ,,Leuk idee hoor, klasse! Ik vind het ontzettend origineel. En ergens anders klinkt het: ,,Het is zó leuk, alles loopt door elkaar, want in veel teams zitten zowel Rood-Witters als SDC'ers. En aan het universele spandoek `Hup hup hup, wij winnen de cup' kan ieder team zich optrekken. Pas bij het allerlaatste fluitsignaal van het toernooi wordt duidelijk dat Erwin, Rick, Nuy, Pascal, Swen en Bob van Real Madrid zich straatvoetbalkampioen 2006 mogen noemen. Scheidsrechter Meyer is tevreden over de sportieve wedstrijden: ,,Ik vond het erg gezellig en het was heel leuk om hier te mogen fluiten. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 20 september 2006 Fietstocht voor Richard Krajicek Foundation PUTTEN - Een groep van 25 mannen, onder wie Izmar Drost uit Putten, is afgelopen zaterdag vanuit de Euroborg in Groningen, thuishaven van FC Groningen, op de fiets vertrokken naar Padua, Italië. Doel van deze gesponsorde fietstocht is zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen voor het Richard Krajicek Foundation. door Jolette van Eijden De fietsers zijn allen werkzaam bij ABN AMRO in Noordoost Nederland. Driekwart jaar geleden hebben zij een stichting met een missie opgericht, genaamd `One Bank No Bounderies'(één bank, geen grenzen), en zijn zij gestart met de organisatie van deze fietstocht. Puttenaar Izmar Drost werkt bij een dochtermaatschappij van ABN AMRO. Zijn motivatie om mee te doen is drieledig: ,,De elementen die voor mij een rol spelen zijn de fun om een prestatie neer te zetten, het goede doel waarvoor we fietsen en de samenwerking met collega's van andere afdelingen van het bedrijf, een soort teambuilding dus. Het Richard Krajicek Foundation zet zich in voor kinderen in minder welgestelde wijken, door voor hen speelterreinen (`playgrounds') in te richten en hun de mogelijkheid te bieden in een sociaal veilige omgeving en onder begeleiding te kunnen sporten en spelen met buurtkinderen. Hiermee hoopt men de kans te verkleinen dat de kinderen in de criminaliteit belanden. Volgend jaar staat de aanleg van speelplaatsen in Leeuwarden en Groningen op de planning, waaraan de stichting een bijdrage hoopt te kunnen geven. Eindbestemming van de fietstocht is het hoofdkantoor van Banca Antonveneta in Padua, een dochterbedrijf van ABN AMRO, waar het gezelschap na 1500 kilometer fietsen, verdeeld over acht etappes, op 23 september hoopt aan te komen. Ook Richard Krajicek zelf zal een etappe meefietsen, op maandag 18 september van Remagan naar Nierstein in Duitsland, een afstand van 162 kilometer. De ploeg wordt tijdens de tocht bijgestaan door een vijftienkoppig begeleidingsteam, bestaande uit onder anderen fysiotherapeuten, een arts en materiaalmensen, die in een bus en twee trucks met de groep meereist. In Padua worden de fietsers ontvangen door de lokale burgemeester en de directeur van Banca Antonveneta. De volgende dag keert de ploeg weer terug naar Nederland. In totaal hopen de mannen een ton aan goederen en geld bij elkaar te fietsen, bijeengebracht door familie, vrienden en bedrijven. Meer informatie over het project is te vinden op de website www.obnb.nl. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 18 oktober 2006 Boerendorpsfeest onder strakblauwe hemel PUTTEN - Op een fantastische herfstdag, onder een strakblauwe hemel, vond vorige week woensdag Ossenmarkt 2006 plaats. Een echt dorpsfeest dat bol staat van gezelligheid, folklore en zakendoen. Een mengeling van agrarische vakbeurs, jonge handelsgeest, ambachtelijke kunsten en vervlogen nostalgie. door Jolette van Eijden Want de Ossenmarkt is niet meer wat het geweest is, met dit jaar als triest historisch dieptepunt een `veemarkt' met nog maar vier kalfjes en een 11-tal pony's en paarden. Dat ondervindt ook een van de bezoekers. Hij is onlangs met pensioen gegaan en kan eindelijk weer eens, na 35 jaar, op de Ossenmarkt aanwezig zijn. ,,De veekeuring is er niet meer. Zelfs het vee is er niet meer. Je ziet geen boerenknechten meer die hun zakcentjes komen ophalen. En weer verbrassen.... Toch ziet hij nog wel wat bekends: ,,Wat me opvalt, is dat je weer een hoop Puttenaren spreekt die Putten allang uit zijn. Een teken dat de mensen er tijd voor uittrekken om speciaal hiervoor terug te komen naar Putten. De Ossenmarkt, een oer-Puttense traditie waar heel Putten en omstreken voor uitloopt. ,,Al was het alleen maar om de mopkoek, zegt een andere bezoeker. ,,Die kan je echt alleen maar hier en alleen maar nu, tijdens de Ossenmarkt, bij alle bakkers kopen. Veel mensen nemen ook vrij om de Ossenmarkt te bezoeken. Op de kleedjesmarkt lijkt het, in tegenstelling tot de veemarkt, elk jaar drukker te worden. Daar proberen kinderen hun afgedankte speelgoed, moeders overtollige huishoudelijke waar, en anders wel een groot aantal door oma gemaakte kaarten aan de man te brengen. Anderen vertonen hun kunsten door als levend standbeeld de omstanders te imponeren. Of door het publiek te bespelen met indrukwekkende saxofoonklanken, iets wat de bezoekers op hun beurt weer rijkelijk belonen met wat muntjes in het daarvoor bestemde bakje. Op het folkloristische gedeelte, verzorgd door het Puttens Historisch Genootschap (PHG), herleven oude tijden. Met dit jaar een wel heel erg voorzichtige behandeling van een deel van de rogge. ,,Het stro van deze rogge is namelijk bedoeld als dakbedekking voor de tweeroedige hooiberg van de museumboerderij Mariahoeve, legt Steven van Hell van het PHG uit. ,,De rogge wordt voorzichtig en langzaam machinaal gedorst, om te voorkomen dat de stengels kneuzen. Het gebruik van dit dekstro was in vroeger tijd een goedkope dakbedekking, goedkoper dan riet. De overige rogge wordt sneller machinaal gedorst of wordt grof te lijf gegaan met vlegels, om handmatig de graankorrels uit de aren te slaan. Actie is er ook in de Verlengde Dorpsstraat tijdens de zeskamp van de werkgroep `Hart voor Israël'. Onder het motto `Geven voor nieuw leven' is de opbrengst deze keer voor het ziekenhuis Bikur Cholim in Jeruzalem, dat couveuses wil aanschaffen. Twaalf teams van elk vier personen binden met elkaar de strijd aan bij het sjoelen, skilopen, kussengevecht, touwtrekken, beddenrace en verbinden met toiletpapier. Het sterkste team blijkt het viertal van Agrarisch Hoef, dat de wisselbeker in ontvangst mag nemen. De poedelprijs is dit jaar voor het politieke team, bestaande uit de burgemeester en zijn wethouders. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 25 oktober 2006 In de Schijnwerper: De jeugdbrandweer De jeugdbrandweer, een avontuurlijke hobby PUTTEN - Bij de Jeugdbrandweer Putten-Ermelo leren kinderen tussen de tien en veertien jaar onder leiding van drie gediplomeerde instructeurs, allen met een brandweerachtergrond, hoe het is om een echte brandweerman te zijn. De Jeugdbrandweer is al 21 jaar een zelfstandige vereniging en geen onderdeel van de korpsen van Putten of Ermelo. door Jolette van Eijden Anneke Teunissen, secretaris en spil van de vereniging, vertelt over het enthousiasme van de leden: ,,Brandweerman zijn is een echte jongensdroom, een avontuurlijke hobby. De jeugdbrandweer is een soort scouting, maar dan op brandweergebied. De jongens vinden het enorm leuk; hier leven ze voor. Tijdens een oefening krijgen ze een geweldige adrenalinestoot, en als je die mannetjes dan ziet stralen, weet je waar je het voor doet. Er zijn twee groepen: de junioren voor kinderen van tien tot veertien jaar, en de aspiranten voor veertien- tot achttienjarigen. Elke ploeg heeft een bevelvoerder die de instructies geeft. ,,Zo leren de kinderen ook leidinggeven. Ze nemen het heel serieus waar ze mee bezig zijn, zegt Teunissen. De oefenavond is op woensdag van half zeven tot acht uur op de gemeentewerf aan de Ambachtstraat. Elke avond krijgen de kinderen een beetje theorie en wat oefeningen. Ze leren bijvoorbeeld over veiligheid, hoe ze slangen moeten rollen, hoe portofoons werken, EHBO en er wordt aan sport gedaan. ,,Ieder jaar is er een coopertest en die moeten ze ook halen. Als je bij de brandweer wil, moet je een goede conditie hebben en dat houden wij ook aan, legt Anneke uit. ,,Er wordt hard getraind, maar er is ook veel plaats voor leuke dingen. Het is bovenal enorm leerzaam voor de jongeren. Een brand wordt echt nagespeeld. We hebben een eigen brandweerauto waarmee wordt geoefend. Ze leren goed samen te werken, want de een kan niet zonder de ander. Dat denken ze wel, maar ze merken vanzelf dat het dan gigantisch misgaat. Onlangs hebben we een kamp georganiseerd met brandoefeningen, ook 's nachts. De kinderen vonden het geweldig! Het was zó geslaagd dat we het jaarlijks willen doen. Er zijn momenteel dertien kinderen in opleiding bij de jeugdbrandweer. Anneke Teunissen: ,,Het zijn helaas alleen jongens. We kunnen nog groeien naar twintig leden en ik hoop dat er nu ook meisjes gemotiveerd raken en zich melden. De kinderen krijgen een brandweerpak en helm te leen van de vereniging. Enthousiast geworden voor de jeugdbrandweer en op zoek naar meer informatie? Kijk op www.jeugdbrandweer.nl.nu of bel met Anneke Teunissen, tel. 06-10335112. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 22 november 2006 Ereprofessoraat voor communicatiespecialist Katus PUTTEN - De uit Hongarije afkomstige Puttenaar József Katus is afgelopen donderdag in zijn geboorteland als ereprofessor aan de Universiteit van Pécs geïnstalleerd. Een hele eer maar tegelijkertijd ook een verplichting, vindt Katus. door Jolette van Eijden József Katus kreeg het ereprofessoraat toegekend nadat hij er een jaar als gasthoogleraar een opleiding overheidscommunicatie heeft verzorgd voor hoge overheidsfunctionarissen, vaak al gepromoveerde personen. Hij kreeg deze opdracht van de Nederlandse overheid, tegelijkertijd kwam de vraag van de Universiteit van Pécs om als gasthoogleraar aan dit project mee te werken. Een jaar lang reisde hij eens per maand naar Hongarije voor het geven van colleges. Een belangrijk voordeel voor een goede communicatie: deze bevlogen spreker spreekt het Hongaars vloeiend. Dr. József Katus vluchtte op z'n zestiende, vlak na de Hongaarse opstand, in november 1956 naar Nederland. Enerzijds uit angst voor de toekomst, anderzijds ontgoocheld en teleurgesteld door de situatie in zijn land. In Nederland kon hij de middelbare school afmaken, waarna hij in Amsterdam politieke wetenschappen ging studeren. Daar leerde hij zijn vrouw Louise kennen. Ondertussen werkte hij als verslaggever bij de Nieuwe Apeldoornse Courant, wat hem een gedegen inburgering in de Nederlandse samenleving opleverde. Na zijn studie werd hij overheidsvoorlichter. Eerst werkte hij op het Ministerie van Economische Zaken, later bij de Academische Raad. Na acht jaar Den Haag was hij toe aan verandering. Aan de Universiteit van Leiden kreeg hij de kans om de voorlichtingskunde in samenhang met de volwasseneneducatie op te zetten. Hij is er gepromoveerd in de sociale wetenschappen en schreef een proefschrift over overheidsvoorlichting. Uiteindelijk gaf hij als universitair hoofddocent leiding aan de afdeling Opleiding en voorlichting in organisaties en hij was lid van het bestuur van het Departement Pedagogische Wetenschappen. Katus was 27 jaar verbonden aan de Universiteit van Leiden. In 2005 ging hij met pensioen. Na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn kwam hij beroepshalve steeds vaker in Hongarije. Dit heeft geresulteerd in de invoering daar van het vak overheidscommunicatie. Katus: ,,In de Nederlandse samenleving heeft de overheidscommunicatie zich sinds de Tweede Wereldoorlog sterk ontwikkeld. Maar in postcommunistische landen als Hongarije staat dit fenomeen nog in de kinderschoenen. Overheidsfunctionarissen mochten vroeger de burger niet eens te woord staan. Nu wordt van ze verwacht dat ze voorlichting geven aan de mensen. Zij moeten leren hoe ze dat moeten aanpakken. Het afgelopen jaar was intensief maar ook bijzonder leerzaam voor hem. ,,Mijn Hongaarse studenten moesten scripties schrijven die ik allemaal heb beoordeeld. Zo heb ik goed inzicht gekregen in wat er zich achter de coulissen van de Hongaarse regering afspeelt. Het ereprofessoraat geeft Katus voldoening. ,,Vijftig jaar geleden ben ik uit mijn geboorteland gevlucht. Weggaan leek toen voor altijd. Dat ik dit nu voor Hongarije mag doen, vind ik een eer waar ik nooit om heb gevraagd, besluit hij. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 29 november 2006 Jillard Borgen schrijft oorlogstrauma van zich af PUTTEN - Met het opschrijven van herinneringen aan zijn jeugd in Indonesië heeft Jillard Borgen zijn oorlogstrauma voor een groot deel verwerkt. Afgelopen vrijdag verscheen zijn boek `De geschiedenis van mijn familie in Nederlands-Indië'. De eerste exemplaren reikte Borgen met trots uit aan zijn twee zoons. door Jolette van Eijden De uitreiking werd ingeleid door prof. dr. Bert Paasman, deskundige op het gebied van koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis. Hij vindt het een interessant boek met een helder en duidelijk persoonlijk verhaal, waarin niets wordt verbloemd. Jillard Borgen werd in 1932 geboren in Indonesië. Zijn vader was er officier in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Toen in 1942 de Japanners Indonesië binnenvielen, kwamen hij en zijn moeder in een Jappenkamp terecht. Zijn vader werd tewerkgesteld aan de Birmaspoorweg. Twee jaar later werd hij van zijn moeder gescheiden en overgeplaatst naar een mannenkamp. Daar moest hij, jong als hij was, zijn eigen plekje verwerven en zien te overleven tussen de volwassenen. Dit was een zwaar bestaan, temidden van honger, martelingen, epidemieën en dood. Na de bevrijding is het gezin, dankzij de hulp van het Rode Kruis, herenigd en uiteindelijk zijn ze naar Nederland vertrokken. De oorlogstijd heeft diepe sporen nagelaten, een trauma dat pas in 1992 tot uiting kwam toen Jillard Borgen stopte met werken. Hij kroop in zichzelf en sloot zich af voor zijn omgeving. Maar dankzij de behandeling van een psycholoog is hij weer aan het praten gegaan. De psycholoog adviseerde hem te gaan schrijven over wat hij heeft meegemaakt in de Jappenkampen. Borgen begon met het overnemen van het ontroerende dagboek van zijn moeder. Dat waren brieven, in het kamp opgetekend in oude schoolschriftjes, gericht aan `haar lieverds' (man en kinderen), van wie ze niet wist waar ze waren en of ze nog leefden. Hij zag dit werk als eerbetoon aan zijn moeder en tegelijk vormde het een wezenlijk onderdeel van de therapie. In 2000 begon hij met zijn eigen boek, geschreven op basis van zijn herinneringen, zijn eigen dagboek, de dagboeken van zijn vader en moeder en documenten van anderen. De dagboeken zijn waardevol, want de herinneringen zijn ongekleurd, opgetekend in het kamp. Behalve de periode in het kamp, beschrijft het boek ook, zoals de titel al zegt, de geschiedenis van 11 generaties Borgen. ,,Het schrijven van het boek voel ik persoonlijk als een eerbetoon aan mijn vader en moeder, want dat zijn geweldige mensen geweest. Dit eerbetoon was een van de drijfveren geweest om dit boek te schrijven. Maar ook de boosheid over wat hun is aangedaan, vooral ook het gebrek aan erkenning in de naoorlogse jaren. ,,Je gooit je hele innerlijk in zo'n boek. Wat ik hoop te bereiken is dat mensen het lezen en dat ze te weten komen wat er in die jaren allemaal is gebeurd en het zullen begrijpen. Het schrijven van dit boek heeft hem veel veranderd en dat was natuurlijk ook de bedoeling. ,,De therapie heeft gewerkt. Op het moment dat ik klaar was met het boek had ik alles van me afgeschreven. Natuurlijk kom je nooit van je oorlogstrauma af. Maar ik ben een hoop wijzer en rustiger en ik slik geen antidepressiva meer. Ik zit niet meer in een cocon. En dat dit zo'n vervolg heeft in de vorm van een gedrukt boek, is natuurlijk alleen maar geweldig. In het hele proces van verwerken heeft zijn vrouw Nel een onmiskenbaar grote rol gespeeld. ,,Alles wat ik heb gedaan en bereikt, is mede mogelijk geweest door de hulp en het geduld van Nel. Nel in haar slotwoord: ,,Het kleine jongetje van het kamp, miskend, niemand kende hem, hij kende niemand, is een kerel geworden waar we allemaal trots op zijn. Je missie is vervuld. Je hebt geschreven wat je je ouders niet kon zeggen, maar wat nu in het boek staat. Het heeft bloed zweet en tranen gekost. Het boek mag dicht. Je mag uit je cocon komen. Kom in ons midden en blijf bij ons. Het boek van Jillard Borgen is te koop in ABC Boek en Kantoor, die het in eigen beheer in kleine oplage heeft uitgebracht. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 29 november 2006 Foppe de Haan bij De Jong & Laan PUTTEN - Op uitnodiging van De Jong & Laan accountants belastingadviseurs hield Foppe de Haan, coach van Jong Oranje en voormalig coach van sc Heerenveen vorige week woensdag een motiverend verhaal voor een grote groep ondernemers. door Jolette van Eijden Uitgenodigd waren leden van Businessclub SDC Putten, het bestuur van korfbalvereniging de Meeuwen, Stichting Vriendenclub de Meeuwen en Jonge Ondernemers Putten (Joop). De Jong & Laan is een van de hoofdsponsors van De Meeuwen en is tevens lid van Joop. Daarnaast is De Jong & Laan aangesloten bij Businessclub SDC Putten, waar het bedrijf aan de beurt was om een bedrijfspresentatie te geven. Er is gekozen voor deze opzet met een gastspreker uit de sportwereld op een mooie locatie in Putten, het gloednieuwe Parkhotel. Voorafgaand aan de lezing van De Haan kreeg Pieter Streefkerk, vice-voorzitter van KV De Meeuwen, twee tassen met ballen voor de jeugd aangeboden, omdat De Meeuwen op 16 november 45 jaar bestond. Harald Kemper, vestigingsleider van De Jong & Laan, bood met de woorden `wie de jeugd heeft, heeft de toekomst' de ballen aan, samen met een andere hoofdsponsor, Gerda Ruitenberg van Ruitenberg Interieurbouw. Onder de titel `Van een schouderklopje krijgt niemand een blessure' legde vervolgens Foppe de Haan voor een overvolle zaal uit hoe je een team succesvol kan opbouwen, motiveren en aansturen. De link tussen sport en bedrijfsleven lijkt snel gelegd. Zowel coach als directeur moet weten wat het doel is, hoe hij dat wil bereiken en welke middelen en kwaliteiten hiervoor in huis heeft. Kernbegrippen als positief zijn, tweerichtingsverkeer, respect en aandacht kwamen regelmatig in zijn verhaal terug, gelardeerd met talloze anekdotes uit de voetbalwereld. De Haan vatte zelf zijn verhaal samen in de vier F's van Foppe, een idee dat hij heeft overgenomen van de Verenigde Naties: je doet het als coach of directeur goed als je een teamgevoel (feeling) weet te creëren, en ieder met z'n eigen kwaliteiten z'n taak (functie) laat uitvoeren, met de blik op de toekomst (future), en schouderklopjes (feedback) uitdeelt. Vooral dat schouderklopje is belangrijk; een ogenschijnlijk klein, maar onontbeerlijk gebaar. Foppe de Haan bleek een gedreven verteller die na een anderhalf uur durende stortvloed van woorden, nog durfde te zeggen dat hij geen prater is. Nu is het de kunst voor de (jonge) ondernemers en bestuurders om de vertaalslag naar de eigen organisatie te maken. ,,Het lijkt allemaal zo logisch wat hij vertelt. Natuurlijk moet je het zo doen, waren reacties achteraf. En het zet ondernemers ook aan het denken. ,,Je gaat je inderdaad afvragen: wat wil ik nou eigenlijk, is de vraag van de klant mijn leidraad en loop ik eigenlijk achter de feiten aan of bepaal ik zelf welke richting ik op wil. Met deze lezing van Foppe de Haan hoopte De Jong & Laan een no-nonsense verhaal te kunnen bieden, passend bij het Puttense publiek, aldus Harry Westerbroek, een van de 17 partners van De Jong & Laan en verantwoordelijk voor de vestiging in Putten. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 6 december 2006 Puttense plezierkok schrijft kookboek PUTTEN - Reclameman Arnoudt Geerars heeft altijd al een kookboek willen maken. Onlangs verscheen van zijn hand het boek `Voor de chef met lef'. Het is een culinair leesboek geworden met verrassende recepten voor fantasierijke koks. door Jolette van Eijden Geerars had al een aantal recepten en verhaaltjes verzameld, maar hij had een stok achter de deur nodig om voldoende materiaal voor een boek bij elkaar te schrapen. Daarom is hij een paar jaar geleden naar het Utrechts Nieuwsblad gestapt met een kant-en-klaar concept voor een kookrubriek. De krant is op het voorstel ingegaan en twee jaar lang publiceerde Geerars in deze krant en een aantal zusterbladen wekelijks een gerecht met bijbehorende anekdote, recept en foto. De stok heeft gewerkt en na twee jaar was het materiaal voor een boek grotendeels bijeen. En wie nu denkt `alweer zo'n kookboek waarvan er dertien in een dozijn gaan', heeft het mis. In de recepten wordt niet al te letterlijk maat gehouden en wordt de kok een grote mate van vrijheid gegund. ,,Het zijn geen recepten met hoeveelheden. Ik geef de ingrediënten aan en ieder moet maar naar eigen smaak de hoeveelheden bepalen, zegt Arnoudt. Een beetje lef heb je dus wel nodig. En ervaring. ,,Je moet onthouden wat je lekker vindt. Koken is warenkennis. De liefde voor het koken is hem letterlijk met de paplepel ingegoten. Zijn moeder kookte niet standaard aardappelen-groente-stukjevlees, maar maakte toen al, zo'n veertig jaar geleden, `exotische' gerechten als lasagne. Toch heeft hij gekozen voor een opleiding aan de kunstacademie, gericht op fotografie. Drie jaar lang heeft hij zijn brood ermee verdiend, tot hij bijna 25 jaar geleden zijn werkterrein verbreedde en een reclamebureau startte. Geerars is kok, schrijver, fotograaf, ideeënman en creatief mens in één. Hij heeft het boek dan ook bijna helemaal zelf gemaakt. De recepten zijn zelfbedacht, de verhalen zelfgeschreven, de bijbehorende foto's zelfgemaakt en het boek is in eigen beheer uitgegeven. Er komen weliswaar klassieke gerechten in voor, zoals saltimbocca, bouillabaisse en wentelteefjes, maar dan wel op zíjn manier. Want van platgetreden paden houdt hij niet. Zijn werkwijze is gebaseerd op frivoliteit en experiment. Ook is hij wars van overbodige opsmuk. ,,De kunst is om zo min mogelijk te knutselen en altijd verse ingrediënten te gebruiken. Mijn credo is: houd het puur en simpel. Verkook het eten niet! Arnoudt kijkt zelf bijna nooit in een kookboek. Hij laat zich leiden door wat hij in de winkel ziet liggen en maakt dan verrassende combinaties. Zoals tomaat met ijs. Of zuurkool met banaan. Zijn inspiratie haalt hij uit wat hij leest, hoort, ziet, proeft en meemaakt. ,,Bij het koken moet je dingen uitproberen. Dan kom je tot mooie combinaties. Maar je moet er bovenal plezier in hebben. Ik heb plezier in koken en dat proef je. Ze noemen me dan ook een plezierkok. `Voor de chef met lef' betekent 224 bladzijden lang genieten van anekdotes met recepten. Het boek is te bestellen via de website www.chefmetlef.nl. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 13 december 2006 Bijzondere lekkernijen uit de bossen van Putten PUTTEN - Verscholen in de bossen ligt 't Huis ten Boss met het verkoopatelier Lekkers & Leuks. Hier verkoopt Brigitte Boss sinds twee maanden tongstrelende, zelfgemaakte lekkernijen en mooie sieraden. door Jolette van Eijden Het `Lekkers' slaat op de niet-alledaagse delicatessen als chutneys, sauzen, dressings, ingemaakte groenten, vruchten en kruiden. Voor het bereiden hiervan gebruikt Brigitte Boss zoveel mogelijk biologisch gekweekte producten uit de streek. ,,Het zijn borrelhapjes of smakelijke aanvullingen die het eten nét iets extra's kunnen geven, vertelt Brigitte. ,,Ze maken een culinaire maaltijd stijlvol af. Het `Leuks' zijn, naast allerlei aparte dingetjes die iets met eten te maken hebben, vooral de sieraden die Brigitte naar eigen smaak inkoopt. Daarbij zorgt ze altijd voor een mooie serie modieuze bijous voor een klein prijsje en een wat chiquere lijn in het duurdere marktsegment. Deze tak vindt zijn oorsprong in de achtergrond van Brigitte. Ze heeft de Textiel Management Opleiding in Doorn gevolgd en werkt nog steeds in de textielbranche. Verkoopatelier Lekkers & Leuks is pure hobby. ,,Thuis zijn we altijd bezig met eten en we houden van lekkere dingen. Het viel ons op dat je zo weinig aparte dingen kunt kopen. Daarom proberen we ze zelf te maken. De grondstoffen hiervoor komen uit eigen kas of tuin, uit de pluktuin aan de Engersteeg of van een groothandel. Het idee van het verkoopatelier is ontstaan toen ze eens een van haar befaamde gerechten op basis van kweepeer aan gasten voorzette. ,,Iedereen vond het zó lekker. Deze eigen variant op een van oorsprong Italiaans gerecht hebben we Mem Brio genoemd. Andere bijzondere, zelfgemaakte producten zijn pruimenketchup, appelwalnotenjam, ingemaakte champignons en Dolce al aceto. ,,Dit laatste is pompoen in het zoetzuur. Het ziet er leuk uit en is verrassend van smaak. Ook Too Mad, een soort chutney van groene tomaat met abrikoos, valt erg in de smaak. ,,Er zijn nog maar een paar potjes over, maar volgend jaar komt het zeker weer terug in het assortiment. Ik maak wat het jaargetijde op dat moment biedt en het is te koop zolang de voorraad strekt. Op is op. Wel streeft Brigitte ernaar elke week een paar nieuwe eigengemaakte producten in haar atelier te hebben. Omdat het geen doorsnee producten zijn, geeft Brigitte tips hoe je het `Lekkers' kan serveren. ,,Erg lekker is bijvoorbeeld een stukje Mem Brio op een toastje met chaume, een vrij pittige kaas. Brigitte Boss runt haar verkoopatelier met groot plezier. ,,Ik verkoop dingen die je nergens anders kunt krijgen en dat vind ik het leukste. Zo heeft Brigitte bijvoorbeeld een luxe dessertsaus gemaakt, speciaal voor de kerst. De saus op basis van rode en zwarte vruchten heeft de klinkende naam Symphonica in Bosso gekregen, met een vette knipoog naar een cd die momenteel hoog in de hitlijsten staat. Lekkers & Leuks aan de Wilhelminalaan 2 is geopend op vrijdag en zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur en op afspraak via 06-51103526. Meer informatie: www.lekkersenleuks.nl. (terug naar boven) |
|
| De Puttenaer, 20 december 2006 Boeijen nieuwe directeur woningstichting PUTTEN - Woningstichting Putten krijgt per 1 januari een nieuwe directeur-bestuurder. Dan zal de 42-jarige Monique Boeijen deze functie officieel overnemen van George ten Den, die vervroegd met pensioen gaat. Momenteel is zij zich grondig aan het inwerken. door Jolette van Eijden In een gesprek met Monique Boeijen over de toekomst van de Woningstichting, blijkt dat ze een eigen accent wil leggen in de dienstverlening en in de producten. Maar veel wil zij nog niet kwijt over haar plannen. Ze zoekt haar woorden zorgvuldig: ,,Ik wil alle partijen betrekken bij de beleidsontwikkeling. Ik ga veel overleggen, aftasten en bekijken, om me een beeld te vormen en de lijnen uit te zetten voor de langere termijn. Ik zal daar zeker mijn medewerkers bij betrekken, maar ook bijvoorbeeld de Huurdersorganisatie. Mijn visie wil ik met elkaar bespreken. Daarbij streef ik ernaar de afstand tussen de Woningstichting en de bewoners heel klein te houden. Samen met de bewoners wil ik werken aan een prettige woonomgeving en leefbare wijken. Ook vindt Monique onderling contact tussen de bewoners heel belangrijk. Dat wil ze bevorderen door activiteiten en wijkbijeenkomsten te organiseren. ,,Het lijkt mij mooi om daar ook energie in te steken. Natuurlijk blijft het realiseren van goedkope woningen een belangrijk streven. De Woningstichting Putten, opgericht in 1970 als Woningbouwvereniging Putten, is de enige sociale verhuurder in de gemeente Putten. Boeijen: ,,Wij bieden de helpende hand aan woningzoekenden die niet zelfstandig aan een woning kunnen komen, vaak mensen met een kleine beurs. We zijn een stichting zonder winstoogmerk, want mocht er ergens winst worden gemaakt, dan wordt deze weer geïnvesteerd in de volkshuisvesting. We investeren in de woningen om ze te laten voldoen aan de eisen van deze tijd en we streven naar een goede prijs-kwaliteitverhouding. Monique Boeijen maakt zich zorgen om het grote aantal, vooral jonge woningzoekenden: ,,Putten kent 1358 woningzoekende huishoudens. De Woningstichting is op verschillende plaatsen in Putten woningen aan het realiseren, maar het is moeilijk om aan betaalbare locaties te komen. Monique Boeijen heeft in Utrecht Sociale Geografie gestudeerd. Nadat ze vijf jaar voor de gemeentelijke en landelijke overheid en twee jaar voor een overkoepelende organisatie van woningcorporaties heeft gewerkt, zocht ze een baan dichter bij de praktijk, dichter bij het feitelijke wonen, de huizen en de bewoners. Die baan vond ze bij de Woningstichting Nijkerk, waar ze elfenhalf jaar heeft gewerkt als Hoofd Woondienst, verantwoordelijk voor alle klantprocessen. Ze voelde zich bij de Woningstichting goed op haar plek en was niet direct op zoek naar wat anders. Maar de vacature in Putten zag ze als een kans om binnen de door haar gewaardeerde bedrijfstak een mooie verandering te maken. (terug naar boven) |
|
|
|
||